Lessuggestie 1 Dansen

Dè dansgarde van Schorsbos

Schorsbos heeft al een lange geschiedenis met carnaval. Zo bestaat er ook al heel lang een dansgarde. De DansMariekes, want zo worden ze genoemd, gaan met de Prins en zijn gevolg mee, en dansen op gardemuziek, dat is een soort marsmuziek.

Heel vroeger werd de echte Prins begeleid door een militaire eenheid, zijn garderegiment, en de muziek was ook militair, de mars. Tijdens carnaval wordt dit nog steeds nagespeeld.

Nu kunnen onze dansmariekes dansen op de muziek van de Hofkapel die vrolijke marsmuziek spelen. De kapelmeester kiest de muziek, waarna de dansmariekes al vroeg aan het oefenen gaan, vaak al in september. Ze dansen meestal met een ritmisch huppeltje, met de knieën en benen om en om in de lucht, en dit zo gelijk mogelijk. Het lijkt een beetje op de Cancan.

Ook zijn ze mooi gekleed met een hoed met veren en een militair-achtige jasje met zwierige rok en rijglaarsjes! De hedendaagse dansgarde bestaat uit meisjes van 8 tot 16 jaar, en zijn met 8 à 10 meisjes, maar het mogen er natuurlijk altijd meer zijn!

Hier in Schorsbos waren de eerste dansmariekes ‘grote’ meisjes van 16 jaar of ouder. Dit omdat ze ’s avonds meekonden. Ze liepen huppelend het café binnen, met de handen op de rug, de Prins en zijn gevolg erachter, en deden dan een dansje midden in de zaal. De Prinsenclub vormde een kring om zo een soort podium te maken. Steeds vaker moest de dansgarde mee, op bezoek bij de bejaarden in het Bekkershuis en Barbara, bij de KBO en ze gingen zelfs optreden tijdens de Zittingsavonden, die vroeger in de LTS waren, en later op het Elde College. (Dit was soms voor de jongere meisjes heel laat opblijven!) Daar introduceerde de meisjes, die met de jaren steeds jonger werden, de nieuwe gardedans voor dat jaar en opende zo de zittingsavonden met de benen hoog in de lucht op vrolijke marsmuziek. Later werd er zelfs een ‘vrije dans’ aan toegevoegd. Halverwege de zittingsavond lieten ze zien hoe goed ze konden dansen in uitbundige kostuums! Er zaten prachtige dansen bij, zoals de Drie biggetjes, de Wizard of Oz, Grease, een Riverdance, enz. Een heel spektakel! Ook begeleidde de meisjes al huppelend een artiest tijdens het op en aftreden van het podium.

De kleding veranderde door de jaren heen, van jasje met rok en hoed naar modern jurkje in de jaren zestig, naar vrolijke pakjes met verentooi en nu weer met veren hoed en militair-ogende jasjes. De rijglaarsjes zijn nooit veranderd, alleen hebben de dansmariekes nu gouden laarsjes!

Op het Kinderliekusfist zijn de dansmariekes ook volop aanwezig! Ze openen het zangfestijn en begeleiden ze meerdere artiesten op het podium en deden zelfs als zanggroep mee aan het Kinderliekusfist.

Tijdens de grote optocht staan de Dansmariekes op de grote Prinsenwagen en mogen dan de serpentine en confetti naar de mensen gooien. Natuurlijk is dit ook de kroon op al dat harde werken, want er wordt soms wel twee keer per week getraind. Trees Maurixs is heel lang de trainster geweest van de meisjes, daarna Mascha van Drunen en nu geeft Aniek Bakker de lessen geassisteerd door Manouk Verhoeven.

Hopelijk wordt er in de toekomst weer volop gedanst door een mooie groep DANSMARIEKES!

Lesverloop:

De leerkracht legt uit wat de dansgarde is en wat ze doen. Daarna gaat de leerkracht de leerlingen een dans aanleren. Je kunt kiezen uit de filmpjes hieronder maar op internet zijn er nog veel meer te vinden.

Tip! Eventueel als afsluiting een wedstrijd houden tussen de jongens en de meisjes. Wie danst er het best?

 


Lessuggestie 2 Instrumenten

Wat heb je nodig?

Verschillende muziekinstrumenten

Groot kleed

Lesverloop:

Verzamel verschillende instrumenten die op school aanwezig zijn of die je misschien thuis hebt: triangel, sambabal, tamboerijn, trom, belletjes, blokfluit, keyboard, gitaar….

Verstop de instrumenten onder een groot kleed. Maak met één instrument een geluid. Wat is dit voor instrument? Wanneer een kind het goed geraden heeft, komt het instrument tevoorschijn en kun je er met de klas over praten. Laat een paar leerlingen muziek maken met het instrument en ga dan naar het volgende instrument. Zo worden alle instrumenten behandeld.

Ter afsluiting kun je enkele spelletjes doen, zoals:

  • Waar komt het geluid vandaan? Alle leerlingen hebben de ogen dicht, de leerkracht geeft een kind een instrument en er wordt een geluid gemaakt. Welk kind deed dat?
  • Hoeveel keer? De leerlingen hebben de ogen dicht. De leerkracht slaat een aantal keer op de trom. De leerlingen tellen hoeveel keer ze de trom horen.
  • Ritme. Laat de leerlingen meeklappen met het ritme van de trom/triangel.