Meer dan een halve eeuw

Door Henk van Roessel, oud carnavalsburgemister Driekske, uit het boek 55 jaor Schorsbos

In de eerste helft van de vorige eeuw werd er in Brabant slechts in enkele plaatsen carnaval gevierd. Meestal in de grotere plaatsen, zoals Den Bosch, Breda, Bergen op Zoom. Wel kende men overal ‘de vastenaovonddaag’. De drie dagen voor het veertigdaagse vasten begon. De katholieke kende het veertiguren gebed. Men ging dan extra naar de kerk, dit ter voorbereiding op de vastentijd. Zo was dat ook met de maaltijd. Tijdens een van die dagen werd een extra, feestelijke maaltijd bereid. Dat feestelijke bestond meestal uit pannenkoek, en wat extra’s van het varken, dat pas geslacht was. Men ging dan op de “kortigheid” bij familie of buren. Zo kende men nog wel meer gebruiken, gedurende de “vastenaovonddaag”. Zoals het vastenaovond zingen, met of zonder rommelpot. In de cafés werd hier en daar een extra glaasje gedronken. De vrijers mochten soms iets langer op bezoek blijven.

Dit allemaal met het vooruitzicht, dat de komende vastentijd beperkt werd, ja zelfs in sommige kringen, er helemaal niet bij was. Ook in Schijndel bereidde men zich op deze sobere wijze voor op de vastentijd. Op 12 februari 1955 zaten enkele jongemannen in café-restaurant de Hopbel aan de toog. Het gesprek kwam al gauw op carnaval, het feest dat vooral in Den Bosch gevierd werd. Waarom vieren wij in Schijndel eigenlijk geen carnaval?, zo luidde de vraag van een van de aanwezigen. Dat kunnen wij toch zeker ook wel, net zo goed, als men dat kan in de stad. Wel ja. Zo moeten de eerste plannen gesmeed zijn. Het besluit was genomen om in Schijndel een carnavalsclub op te richten, en nog wel een prinsenclub. De club kreeg de naam “Prinsenclub de Hopplukkers”. Nog hetzelfde jaar werd het elf-elf bal georganiseerd. Tijdens dat bal werd de eerste prins geïnstalleerd. Z.D.H. Prins Loet d’n Urste.