Lessuggestie 1 Carnaval, al honderden jaren oud

Carnaval al honderden jaren oud

In het vroege voorjaar zet Nederland de wereld een paar dagen op z’n kop. In heel Nederland vieren ze dan carnaval, maar nog steeds het meest in Brabant en Limburg.

Je trekt bijzondere kleren aan, iets geks of kleren die iets voorstellen. De één wil indiaan zijn, de ander zeerover of prinses. Urenlang wordt er gefeest, wel drie dagen lang.

Het carnavalsfeest is al honderden jaren oud. We weten bijvoorbeeld dat de oude Grieken hun wijngod Dyonisos op een schip met wielen rond reden. En dat de Romeinen een feest vierden waarbij ze zich ook verkleedden. En de Germanen vierden een feest in februari, omdat de zon dan weer langer ging schijnen. Ze waren blij dat de lange, koude winter weer voorbij was.

In de winter groeide er niets meer en er was dan ook bijna niets meer te eten. De mensen waren dan ook ieder jaar weer dankbaar dat de zon langer ging schijnen en dat het warmer werd. De goden werden daarvoor bedankt en de boze geesten, die voor de kou hadden gezorgd, probeerde men te verdrijven. Daarbij droegen de mensen vaak maskers om daarmee de geesten af te schrikken. Ook ratels en bellen gebruikten ze daarvoor.

Toen de Germanen christelijk waren geworden, veranderde het carnavalsfeest. De christelijke kerk heeft feestdagen rond het leven van Jezus Christus. Kerstmis is het feest van zijn geboorte, op goede vrijdag wordt herdacht dat hij aan het kruis is gestorven en met Pasen dat hij opstond uit de dood.

De gelovigen willen het lijden van Jezus meebeleven. 40 dagen voor Pasen eten ze geen vlees en leven ze eenvoudig. Dat noemen ze de vastentijd. Maar voordat de vastentijd begint, willen ze nog graag uitgebreid eten en drinken. Dat werd het feest van Vastenavond, de avond voor het vasten begint. Tegenwoordig noemt iedereen dat feest carnaval.

De datum van het paasfeest wisselt ieder jaar. Dit hangt af van de stand van de maan. Afgesproken is dat Pasen gevierd wordt op de 1e zondag die volgt op de 1e volle maan na het begin van de lente. Pasen valt daardoor tussen 22 maart en 25 april. Carnaval vieren we daarom tussen 1 februari en 7 maart.

De echte slimmerik telt natuurlijk meer dan 40 dagen tussen Aswoensdag en Paaszondag. Dat klopt. Op de zondagen van de vastentijd wordt door de katholieken niet gevast. Er zitten precies 46 dagen tussen Aswoensdag en Paaszondag.

De kerk had wel veel problemen met dat vele drinken, eten en feesten. Mensen konden dan niet meer goed nadenken en zouden allemaal rare dingen doen. De kerk verbood daarom het carnavalsfeest. De mensen probeerde onder dit verbod uit te komen.

In Den Bosch bijvoorbeeld bedachten de mensen een soort toneelstuk van drie dagen. Alles wat er die dagen gebeurde werd gespeeld en was niet echt. De stad kreeg in dat toneelstuk een andere naam: Oeteldonk. En de burgemeester van Oeteldonk heet Peer van de Muggenheuvel. Drie dagen lang heeft hij het voor het zeggen en niet de burgemeester van Den Bosch. Drie dagen lang wordt alles wat serieus is vergeten. Er wordt plezier gemaakt en overal wordt de draak mee gestoken. Bijvoorbeeld als wethouders of andere belangrijke figuren in de stad iets heel erg fout hebben gedaan en ze hebben daarmee in de kranten gestaan, dan kan het zijn dat je met carnaval daarmee wordt geplaagd.

Wat heb je nodig? 

LINK: Filmpje over carnaval: de geschiedenis

LINK: Werkblad Carnaval al honderden jaren oud

Lesverloop:

De leerkracht kijkt samen met de klas het filmpje over de geschiedenis van carnaval. Daarna gaan de leerlingen aan de slag met het werkblad.

 


Lessuggestie 2 Carnaval in andere landen

Carnaval in Nederland

In Nederland worden twee soorten carnaval gevierd: het Rijnlands carnaval en het Bourgondisch carnaval. De Rijnlandse variant wordt veelal in Limburg en het zuidoosten van Noord-Brabant gevierd, de Bourgondische variant in het noorden en westen van Noord-Brabant. Het Rijnlandse carnaval in Nederland is een afgeleide van het Keulse carnaval.

Het Bourgondische carnavalsfeest is de variant die we in Schorsbos vieren. De insteek van het Bourgondische carnaval was oorspronkelijk dat van een gekostumeerd eetfestijn waarbij men elkaar belachelijk maakte.

Andere kenmerken van het Bourgondisch carnaval zijn:

  • Carnavalsstichting. De belangrijkste activiteiten van het carnavalsfeest (hoofdbal, sleuteloverdracht, optochten) zijn in handen van één stichting. Er is maar één prins per stad of dorp.
  • Alternatieve plaatsnamen. Het is gebruikelijk voor steden en dorpen om de naam tijdens carnaval te veranderen. Enkele bekende voorbeelden zijn: Kielegat (Breda), Lampegat (Eindhoven), Oeteldonk (Den Bosch) Krabberdonk (Den Dungen), Zandhazendurp (Rosmalen), Kruikenstad (Tilburg).
  • Motto. Veel, maar niet alle, Bourgondische carnavals hebben een officieel motto. Dit is meestal een gevleugelde uitspraak in het plaatselijke dialect.
  • Kleding. Traditionele kleding bestaat uit oude kledingstukken, gordijnen, blauwe kielen en zakdoeken met allerlei accessoires.

Niet alleen in het zuiden wordt carnaval gevierd, verspreid op enkele plekken in Nederland komt carnaval ook voor. In Groesbeek, dicht bij Nijmegen, wordt de grootste carnavalsoptocht van Gelderland gehouden met meer dan 170 carnavalswagens. In Flevoland wordt met name in de Noordoostpolder nog steevast carnaval gevierd. Ook de Friese stad Sneek heeft een carnavalstraditie. De stad draagt tijdens het feest de naam Drabbelterp en is één van de weinige steden in noord Nederland waar carnaval compleet met intocht, optocht, sleuteloverdracht en Katholieke carnavalsmis wordt gevierd.

Carnaval in andere landen

Ook in Zuid-Amerika wordt het carnaval uitbundig gevierd. Jullie hebben vast wel gehoord van de wereldberoemde carnavalsparade in Rio de Janeiro. Het grootste straatcarnaval van de wereld vindt overigens plaats in Salvador da Bahia, een andere grote plaats in Brazilië.

Op Sint Maarten wordt carnaval om commerciële redenen gevierd in de week van 30 april, Koninginnedag.

In New Orléans heet carnaval Mardi Gras, dit is de Franse uitdrukking voor vette dinsdag. De mensen feesten in een parade, verkleed in de kleuren paars, groen en goud.

Het carnaval in Venetië is ingetogener dan het carnaval in de Lage Landen. Men verkleedt zich veelal in historische stijl. De kostuums zijn vaak zeer luxueus.

Wat heb je nodig? 

LINK: Filmpje over carnaval: Kindercarnaval in Brazilië

LINK: Werkblad Carnaval in andere landen

Lesverloop:

De leerkracht kijkt samen met de klas het filmpje over kindercarnaval in Brazilië. Daarna gaan de leerlingen aan de slag met het werkblad.

Tip! Op Wikipedia is een lijst met alternatieve plaatsnamen te vinden.

 


Lessuggestie 3 Klompenklets

Vooraf aan het carnaval wordt door CV Netnie in Schijndel de Klompenklets georganiseerd. Tijdens de Klompenklets vertelt iemand meestal in dialect op een grappige manier over iets. Vaak gaat dat over wat er afgelopen jaar in het dorp gebeurd is maar het kan ook over andere zaken gaan.

Wat heb je nodig?

LINK: Werkblad One liners

Lesverloop:

De leerkracht kijkt samen met de klas het filmpje van Rob Scheepers als Jimmy Calypso de kermisexploitant.

Herkennen de leerlingen woorden die ze gehoord hebben? Wie praat er ook wel eens skendels of Brabants? Misschien met opa’s, oma’s of kennissen? Welke woorden ken je in het dialect? Maak samen een inventarisatie.

De leerlingen maken de opdracht in het werkblad One liners. Hierna gaan de leerlingen in groepjes proberen om een verhaal te schrijven voor de Klompenklets. Laat ze eerst in groepjes brainstormen over voorvallen die ze misschien zouden kunnen gebruiken in hun tekst. Daarna gaan ze een korte (grappige) tekst schrijven. Het liefst in dialect maar ABN mag natuurlijk ook. Laat de groepjes voor de klas hun tekst presenteren.

Tip! Neem het eventueel op en de filmpjes die de moeite waard zijn kun je sturen naar jeugdzaken@schorsbos.nl Deze filmpjes kunnen we dan opnemen in dit lespakket.