Lessuggestie 1 Geschiedenis

Lesverloop:

De leerkracht leest het verhaal voor van Janus. Daarna worden vragen gesteld over de tekst.

Download het verhaal van Janus

Suggesties voor vragen na afloop van het verhaal:

  • Waarom vierden mensen vroeger feest toen de lente begon?
  • Waarom werd carnaval een paar keer verboden?
  • Wat heeft vlees met carnaval te maken?
  • Ken je uit een ander geloof, dan het katholieke, een vastenperiode en vastenfeest?
  • Hoeveel dagen voor Pasen is de laatste dag van carnaval?
  • Hoe heet deze laatste dag?

Lessuggestie 2 Dialect

Carnaval is bij uitstek de periode van het jaar waarin veel in dialect wordt gesproken. Het in stand houden en doorgeven van dialect is belangrijk voor de plaatselijke cultuur. Daarom ook een les met betrekking tot het dialect.

Als het carnaval wordt lijkt het wel of de mensen ineens anders gaan praten, dialect. We zeggen dan wel eens: de mensen gaan ‘plat’ praten. Dialect is afgeleid van het Griekse woord ‘Dialektos’ wat spreken of gesprek betekent.

Een dialect is een taal die in bepaalde streek of dorp wordt gesproken,maar die nog wel lijkt op de standaardtaal. De standaardtaal was meestal voor de rijken, daarom worden dialecten vaak als boers of achterlijk gezien.

In Nederland komen veel verschillende dialecten voor: streektalen (Gronings, Drents, Achterhoeks, Fries, Zeeuws, Brabants) en stadstalen (Rotterdams, Amsterdams, Haags). Alle wijken meer of minder af van de Nederlandse standaartaal, het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN).

Doordat mensen steeds meer contact krijgen door telefoon, televisie en internet maakt het dialect steeds meer plaats voor het ABN. Het aantal dialectsprekers wordt steeds kleiner en de dialecten gaan hoe langer hoe meer op onze standaardtaal lijken.

Wat heb je nodig?

LINK: Werkblad Schorsbos Dialect

Lesverloop:

De leerkracht legt uit wat een dialect is, waar het vandaan komt enz. daarna deelt de leerkracht de werkbladen uit en geeft een korte uitleg over de opdrachten op het werkblad.

Uitleg bij het werkblad:

  1. Schrijf de woorden over die iets met carnaval te maken hebben. De kinderen kiezen, uit gegeven woorden, de woorden die volgens hun beleving iets met carnaval te maken hebben.
  2. Zoek de juiste betekenis bij de woorden in Schorsbos dialect.
  3. Eén woord in elke zin is fout.
  4. Vertaal de Schorsbos-hit “Ge blèft de mooiste” van de Mauwperen naar het ABN.